Rechte ruggen en rolmodellen
Met iets meer vrouwelijke dan mannelijke werknemers (58-42 procent) zijn de functies bij de gemeente Eindhoven gelijkmatig over de seksen verdeeld. Is het er ook leuk? Is er voldoende ruimte om je (als vrouw) te ontwikkelen? Vier vrouwelijke topmanagers over ambities en werken binnen misschien wel de meest dynamische stad van het land.
Tekst & Foto’s: Martin van Rooij
Over werken bij de overheid bestaan allerlei vooroordelen. Sophie van Hof en Barbara Crützen werkten eerder in het bedrijfsleven. Wat is volgens hen leuker: werken in het bedrijfsleven of voor de overheid? Van Hof: „Ik vind het werk bij de overheid veel diverser. Voor mijn overstap naar de gemeente Eindhoven werkte ik bij Deloitte. Daar draaide het vooral om omzet, hier om het maatschappelijk belang. Verder is hier geen dag hetzelfde. De ene dag adviseer je het college of de gemeenteraad, de andere dag werk je samen met allerlei partijen in de stad.” Crützen, voorheen werkzaam in het bankwezen en sinds twee jaar hoofd van de sector Publiekscontacten bij de gemeente Eindhoven, beaamt dat volmondig. „Je hebt bij de overheid veel bredere kennis nodig en je hebt te maken met veel meer producten en veel meer verschillende doelgroepen. Ik vind het veel dynamischer.”
Natuurlijk zijn er verschillen. In het bedrijfsleven kun je soms meer verdienen terwijl bij de gemeente de secundaire arbeidsvoorwaarden beter zijn. Van Hof: „Ik heb formeel een 36-urige werkweek maar werk er veertig en vaak nog meer. Daarmee bouw ik adv op die ik kan opnemen als vakantiedagen. Dat is een luxe die je in het bedrijfsleven vaak niet hebt.” De vooroordelen over het vermeende lage tempo bij de overheid zijn ook haar bekend. „Toen ik bij Deloitte vertelde dat ik naar de gemeente Eindhoven ging, waarschuwde een partner mij: ‘Jij wordt daar gek. Jij kan helemaal niet tegen die stroperigheid’. Inmiddels zijn we twintig jaar verder en ik zit er nog steeds. Ja, dingen hebben soms tijd nodig maar dat is inherent aan het democratische proces. En wat ik leuk vind: als het linksom niet lukt, proberen we het rechtsom.”
Complexer dan vroeger
Neeltje Somers is hoofd van de sector Ruimtelijke Programma’s en Projecten, de sector die de handen vol heeft aan stormachtige groei die Eindhoven momenteel doormaakt. Het werk is complexer geworden, zegt ze. „Toen we Meerhoven bouwden, een Vinexlocatie op een open terrein, gaven de bouwwerkzaamheden nauwelijks overlast. Nu bouwen we midden in de stad en dat is veel ingewikkelder. We moeten rekening houden met geluidshinder, water, ecologie, lucht, verscherpte bouwvoorschriften, netcongestie, noem maar op. En vaak wacht het een op het ander. Als de aannemer niet mag beginnen vanwege de stikstofnormen, schuift de hele planning op.”
Spagaat
Jorie Mulder, programmamanager van de Spoorzone Westcorridor (o.a. Emmasingelkwadrant en de nieuwe ASML-campus) ziet een duidelijk verschil tussen man en vrouw: de combinatie van fulltime werken en jonge kinderen die soms voor een spagaat zorgt. „Mijn man werkt fulltime, net als ik. Ik voel me af en toe schuldig naar de kinderen toe, bijvoorbeeld als ze een dag extra naar de buitenschoolse opvang moeten. Daar heeft mijn man minder last van. Wat dat betreft is het fijn dat Neeltje (Somers, red.) mijn leidinggevende is want als ik zoiets met haar deel snapt ze me meteen.” Van Hof: „Wij fulltime werkende vrouwen krijgen vaak de vraag: hoe doe je dat toch met kinderen? Aan een man wordt die vraag nooit gesteld.” Dat Somers begrip heeft voor Mulders spagaat heeft volgens haar niets te maken met softheid. „Ook een man zou in zo’n situatie begrip moeten tonen, vind ik. Maar wij zijn niet softer. Jorie en ik werken in een ‘harde hoek’ en zijn zelf misschien ook wel meer dan gemiddeld hard. Dat heb je in ons werk een beetje nodig want je wilt niet dat ze over je heen lopen. Het gaan niet om verschillen tussen mannen en vrouwen maar om competenties.” Mulder is het daar hartgrondig mee eens. „Het ruimtelijk domein is – buiten de gemeente – toch vooral nog een door mannen gedomineerde omgeving maar het gaat niet zozeer om typische eigenschappen van man of vrouw. Je komt heel ver met een pragmatische, oplossingsgerichte instelling. Ik werk aan dossiers zoals de ASML-campus op BIC en de uitbreiding van het Philips Stadion; vastgoed en voetbal. Ik ben ervan overtuigd dat je zo goed bent als je team – man of vrouw doet er niet toe – al is het wel vaak behulpzaam om verschillende achtergronden en dus verschillende invalshoeken in je team te hebben.”
Naar aanleiding van de bankencrisis in 2008 is wel beweerd dat die crisis niet zo ernstig zou zijn geweest als er destijds meer vrouwen hadden gezeten op leidinggevende posities in de financiële wereld.
De reden: vrouwen zouden iets minder geneigd zijn om financiële risico’s te nemen dan mannen en minder overmoedig zijn. Van Hof: „Ik denk dat er wel een verschil zit tussen mannen en vrouwen. Misschien generaliseer ik een beetje, maar mannen zijn soms wat meer gericht op ‘het scoren, het willen winnen’, terwijl vrouwen wat meer kijken naar de lange lijnen en het belang van het geheel.” Somers: „Ik denk dat vrouwen veel eerder zullen zoeken naar een compromis en escalatie uit de weg proberen te gaan. Mannen zijn wat pragmatischer. Ze zien een probleem en gaan aan de slag om het op te lossen. Wij vrouwen kijken het even aan en wegen alles af.” Crützen vermoedt dat emotionele intelligentie gemiddeld genomen bij vrouwen beter ontwikkeld is dan bij mannen. „Wij luisteren beter alvorens naar de oplossing te gaan.”
Stereotype
Als fulltime werkende en ambitieuze vrouw moet je over een rechte rug beschikken en stevig in je schoenen staan. Somers haalt haar inspiratie uit rolmodellen zoals de twee vrouwelijke gemeentesecretarissen van de gemeente (Paulien Pistor en Aline Zwierstra – red.), Ingrid de Boer, voormalig bestuurder van Woonbedrijf en Sylvia van Es, president van Philips Nederland. „Die komen net zo ver als mannen.” Crützen: „Ook netwerken voor vrouwen kunnen helpen. Het zijn plekken waar je ervaringen kunt delen, tips kunt krijgen, bijvoorbeeld bij het vrouwennetwerk Brainport On Heels.” „Wel wat jammer van die stereotiepe naam,” aldus Mulder, die blij is dat ze negen jaar geleden voor de gemeente Eindhoven koos.
„Ik werd aangenomen terwijl ik zwanger was. Je bent niet verplicht het te zeggen. Toch heb ik dat gedaan, omdat ik er eerlijk over wilde zijn en niet het gevoel wilde hebben dat ik relevante informatie had achtergehouden. Dat ik toch werd aangenomen, gaf me een goed gevoel. Er sprak vertrouwen uit.”
Neeltje Somers
stuurt als sectorhoofd Ruimtelijke Programma’s en Projecten zes afdelingen aan met zo’n 200 medewerkers.
„Ik werk in een ‘harde hoek’ en ben zelf misschien
ook wel harder dan gemiddeld.”
Jorie Mulder
als programmamanager onder andere
betrokken bij grote projecten als de aankoop van de Wielewaal en de ontwikkeling van de nieuwe ASML-campus.
„Ik werd aangenomen terwijl ik zwanger was.
Daar sprak vertrouwen uit.”
Barbara Crützen
gaat als sectorhoofd Publiekscontacten over de kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners.
„Het werk bij de overheid is veel diverser dan in het bedrijfsleven.”
Sophie van Hof
heeft verschillende functies vervuld binnen de gemeente is nu sectorhoofd Economie en Cultuur.
„Aan mannen wordt nooit gevraagd hoe ze fulltime werken combineren met kinderen.”

