Elphi Nelissen was de eerste vrouwelijke decaan van de TU/e
In 2011 werd ze de eerste vrouwelijke decaan van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Daarvoor gaf Elphi Nelissen twintig jaar leiding aan haar eigen ingenieursbureau. Ze was twee jaar lid van het college van bestuur van Fontys. Sinds vier jaar vult ze met talrijke advies- en toezichthoudende functies haar werkzame leven. Al die tijd stuit ze figuurlijk op het old boys-netwerk in haar strijd voor de gelijkwaardige positie van vrouwen. Ze had gehoopt dat dit ‘hardnekkige fenomeen’ allang doorbroken was. ,,Het gaat de goede kant op maar wel erg langzaam. Het is misschien overdreven maar daar ben ik wel een beetje teleurgesteld in ja.”
Tekst: Hans Matheeuwsen | Foto’s: Bart van Overbeeke
Een gemengd team van mannen en vrouwen presteert gewoon beter, geeft Elphi Nelissen als reden voor haar campagne ten gunste van vrouwelijk leiderschap. „Vrouwen denken vaak veel meer op de lange termijn en minder aan eigen gewin maar aan hoe we samen als team kunnen presteren. Mannen zijn beter in het nemen van snelle beslissingen, zijn over het algemeen kordater maar denken vaker aan de korte termijn en aan hoe ze er zelf uit (kunnen) komen. Dat is weliswaar generaliserend gesteld maar uit onderzoek gebleken. Maar bijvoorbeeld bij innovatie passen juist vrouwelijke eigenschappen beter. Samenwerking en verbinding zijn kenmerken van open innovatie. Dan zou je denken dat vrouwen daar vaker op een gelijkwaardig niveau bij worden betrokken. Het gebeurt wel maar te weinig nog.”
Ir. Elphi Nelissen geldt als een topvrouw die uitgaat van eigen kracht. Ze studeerde in 1983 af op bouwfysica aan de faculteit Bouwkunde van de TU/e. Daarna werkte ze bij een ingenieursbureau waar ze de leiding kreeg over de Eindhovense vestiging. Haar expertisegebieden zijn hernieuwbare energie en de gebouwde omgeving, circulaire bouweconomie, duurzaam bouwen, installatietechniek, bouwfysica en bouwakoestiek. Na acht jaar richtte ze haar eigen ingenieursbureau op waar ze sinds 2011 geen leiding meer aan geeft maar nog wel mede-eigenaar van is. Toen werd ze gevraagd door bestuurssecretaris Harry Roumen van de TU/e om decaan te worden van de faculteit Bouwkunde. Dat vond ze een mooie, nieuwe uitdaging maar ze kwam in een andere professionele cultuur terecht dan ze gewend was.
Andere vibe
Ze was pas de eerste vrouwelijke decaan op de TU/e. Ze werd tevens een van de weinige vrouwelijke hoogleraren en wel op het gebied van Building Sustainability. De eerste vrouwelijke full professor aan de TU/e was Helga Fassbinder in 1976. In 2011 telde de universiteit negen faculteiten, dus negen decanen en drie bestuursleden. Allemaal mannen. In de eerste vergadering vroegen ze Elphi hoe ze daar terecht was gekomen. „Ik ben gevraagd en heb ja gezegd, vertelde ik, en that’s it.” Ze was over het algemeen happy, met name binnen de faculteit. „Ik heb het niveau van onderwijs en onderzoek van een zes op de schaal van tien naar een acht kunnen brengen. Uiteraard samen met alle collega’s.”
Ze ontdekte dat de manier waarop binnen de faculteit met elkaar werd omgegaan op zijn minst bijzonder genoemd kon worden. „Ik wil verbinding; ik wil samenwerken; ik wil dat mensen elkaar kennen. De hoogleraren bleken nooit bij elkaar te komen. Ze zagen elkaar nooit. Daar heb ik verandering in gebracht. Vier keer per jaar kwamen we bij elkaar, bij een dinertje, tijdens een lunch. De eerste keer gingen mensen zich aan elkaar voorstellen. Veertien hoogleraren, die daar soms al twintig, 25 jaar werkten! Ze kregen contact, vertelden elkaar waar ze mee bezig waren. Daar kwamen mooie samenwerkingen uit. Er ontstond een heel andere vibe op de faculteit.”Dat kwam haar van pas bij het wegwerken van een tekort van een miljoen euro. „Mijn positieve inslag helpt om overal het beste van te maken. Meer vrouwen in bèta en wetenschap levert een gezondere, beter functionerende organisatie op waar het fijner werken is.”
Meer vrouwen in bèta en wetenschap levert een gezondere, beter functionerende organisatie op waar het fijner werken is’
Citatiescore
Maar ze was ook kritisch. Daar werd ze op aangesproken. „Ik stelde me altijd onafhankelijk op, ook van de TU/e. Ik heb altijd kunnen doen wat goed was, ook al werd ik af en toe teruggefloten. Het was ook moeilijk om de middelen bij elkaar te krijgen. Ik heb wel de windtunnel kunnen bouwen. De faculteit scoorde het hoogst op de citatiescore, die aangeeft hoe vaak je geciteerd wordt en dus hoe goed je onderzoek is. Dat vonden ‘ze’ helemaal niet leuk. Want bouwkunde werd niet beschouwd als onderzoeksfaculteit; wij waren knutselaars. Terwijl we hoogwaardige onderzoekers hadden, werd ons resultaat een beetje weggemoffeld. Er werd gewoon niet over gepraat. Dat zou bij elektrotechniek niet gebeuren.
Ik wees mensen op hun taken en afspraken. Zo zorg je dat kansen op tafel komen. Onderzoek kun je pas doen als je geld hebt. We hebben er de schouders onder gezet en goede mensen aangenomen. Dat waren vaak mannen, maar ook vrouwen. Ik heb vrouwen aangesteld die anders misschien minder kans hadden gemaakt. Ze moesten natuurlijk wel goed zijn.” In de afgelopen jaren is het aantal vrouwelijke onderzoekers op de universiteit met vijftig procent toegenomen, een gevolg van bewust beleid. Elphi: „Het is een goede zet geweest van de TU/e om bij voorkeur vrouwen aan te nemen om een beetje van de achterstand in te halen. De uitdaging is om ze te behouden. Vrouwen binnen de TU/e, zeker in mijn tijd, hadden het er gewoon moeilijker.”
Bescheidener
Zelf genoot ze veel vrijheid, zegt Elphi. „Ik heb veel geleerd en veel kansen gekregen. Ik kreeg ook veel ruimte.” Naast haar functie bij de universiteit was ze voorzitter van de Sociaal-Economische Raad van de provincie Brabant en voorzitter van het Adviescollege van de Provincie (Brabant Advies). In haar rol als voorzitter van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie beïnvloedde ze de beleidsvorming op het gebied van circulair en duurzaam bouwen op nationaal niveau. Ze was lid van de nationale Taskforce Building Agenda (Bouwagenda). „Dat waren mooie nevenfuncties. Ik kon het Brainport Smart District starten. Een nieuwe slimme wijk in Helmond die helaas niet doorgaat. Dat gebeurde allemaal dankzij mijn positie op de TU/e. Ik heb ook veel te danken aan de TU/e.”
Sinds enkele jaren vervult ze met name toezichthoudende functies. Het aantal vrouwen is redelijk vertegenwoordigd, weet ze, maar ze hebben nog niet de beoogde gelijkwaardige positie. Het potentieel aan vrouwelijk leiderschap binnen Brainport wordt nog onvoldoende benut, vindt Elphi. Daar probeert ze onder andere via een mentorschap als lid van Brainport Women on Board wat aan te doen. „Vrouwen spreken hun ambitie te weinig uit, zijn bescheidener. Vrouwen presenteren zich anders, ook tijdens sollicitaties. Een goede commissie prikt daar doorheen.” Een handicap is dat vrouwen geen deel uitmaken van het old boys-netwerk in de regio, constateert Elphi „Dat geeft het leiderschap door aan de volgende generatie mannen. Dat gebeurt ongetwijfeld onbewust en ongemerkt. Ik dacht vijftig jaar geleden al dat we dit hardnekkige fenomeen zouden doorbreken. Ik ben blij met Rianne Letschert als minister van Onderwijs. De vrouwenclubjes zijn nog steeds nodig. Elke steun om vrouwen in de top te kunnen positioneren helpt. Ik ben positief ingesteld maar dit is helaas nog steeds nodig.”



