Dries Steinmeijer, geboren in Hengelo
Dries Steinmeijer (63) werd geboren in Hengelo, studeerde in Groningen maar verhuisde tegen zijn zin voor zijn eerste baan naar Eindhoven. Hier kwam hij in een warm bad terecht en hoewel hij alweer vijfentwintig jaar in Nuenen woont, is hij een echte Eindhoven-adept geworden, zoals de Tukker dat noemt. Overigens mag wat hem betreft het dorp onmiddellijk worden toegevoegd aan de stad.
Tekst: Hans Matheeuwsen | Foto’s: Kees Martens/DCI Media
Dries Steinmeijer, wie kent hem niet? Een beetje flauw maar Dries zou het netwerken zomaar uitgevonden kunnen hebben. Grote kans dat je hem tegenkomt bij een van de vele clubkes die Eindhoven rijk is, en die niet zelden door hemzelf zijn opgericht. Van de Ronde Tafel 183, de Vrienden Van Abbemuseum tot Société des Sous-chefs en de Brainport Dinner Club. Als het er niet is, dan trommel je wat gelijkgestemden op om vanuit het gemeenschappelijk belang of doel een nuttige en leuke tijd met elkaar te hebben. Het genoeglijk samenzijn in een Bourgondisch Brabantse setting levert altijd wat op, zo snijdt het mes aan twee kanten.
Dries komt zelf uit een warm gezin. Hij heeft vier broers en een zus. Zijn vader was als ondernemer veel van huis dus zijn moeder was de spil waar het gezin en zijn jeugd om draaide. Als kind bezocht hij Eindhoven een keer, dat was een avontuur omdat de familie met de KLM Cityhopper vloog, een twintig minuten durende vlucht vanaf vliegveld Twenthe, vertelt Dries. En op het programma stonden het Van Abbemuseum en het Evoluon, waarbij de laatste veel meer tot de kinderlijke verbeelding sprak. Verder had hij niet veel met de stad in het zuiden van het land.
Dus toen hij na zijn studie Nederlands Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen aan de slag kon bij een werving en selectiebureau in Eindhoven moest Dries wel even slikken. ,,Ik wilde overal naartoe: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, maar niet naar Eindhoven. Mijn toenmalige vriendin, en huidige echtgenote, werkte in Noord-Nederland. Maar ik ging toch, huurde een nieuwbouwwoning in de nieuwe woonwijk Blixembosch voor 1.100 gulden per maand. Dat was een belachelijk hoog bedrag voor een 28-jarige net-afgestudeerde. Mijn vriendin kwam in de weekenden over, of ik ging naar Groningen.”
Van Abbe is een wereldberoemd museum, behalve in Eindhoven
Vrienden
De arbeidsmarkt was moeilijk begin jaren negentig. Om zijn leven wat couleur locale te geven, wilde Dries kennismaken met andere ingezetenen van de Lichtstad. Als dienstverlener ging hem dat relatief gemakkelijk af. Hij werd gevraagd voor een Ronde Tafel – Eindhoven telde toen drie serviceclubs, aldus Dries – maar omdat het te lang duurde voordat hij daadwerkelijk lid zou kunnen worden – ,,Ik kan best ongeduldig zijn.” -, richtte hij er gewoon zelf één op, samen met Jos Schüssel. ,,Dat werd no. 183. Met allemaal leeftijdgenoten als lid. Hartstikke leuk. Zo leerde ik snel veel mensen kennen. De Tafel bestaat nog steeds. Alleen heb ik inmiddels een Grand Table opgericht, voor de ouwe lullen van het eerste uur, haha.”
Van het een kwam het ander. Via zijn werk, inmiddels was hij voor Korteweg Communicatie aan de slag, werd Dries lid van diverse netwerken in de stad, waaronder de Businessclub van PSV. Hij werd fan van ‘Philips’, voor het leven inmiddels. Hij kwam in contact met toenmalig directeur Jan Debbaut van het Van Abbemuseum, die hem vroeg een handje te helpen om het museum wat meer op de kaart te zetten, vooral in Eindhoven.
Het klikte vanaf het begin enorm met Jan, vertelt de geboren Tukker. Oude liefde roest niet… „Van Abbe was een gesloten bolwerk. Het museum was wereldberoemd, behalve in Eindhoven. Ik wilde graag over zijn vraag nadenken en even later was de Vereniging Vrienden Van Abbemuseum een feit. We startten in 1994 met driehonderd leden. En bij de opening na de verbouwing van het museum in 2003 werd Koningin Beatrix zelfs Ere-Vriend. Ik ben lang voorzitter geweest. Veel te lang eigenlijk. Met zo’n achthonderd leden op dit moment doen ze het nog steeds goed.”
Als partner van Korteweg beleefde Dries de hoogtijdagen van de reclamebureaus in Eindhoven maar ook de neergang. Marketing en communicatie zijn zeer conjunctuurgevoelige bedrijvigheden, weet hij uit ervaring. Zijn communicatiepraktijk is sinds een jaar of zeven ondergebracht bij een ander bureau in Eindhoven. In dezelfde periode werd hij gevraagd of hij zich wilde verbinden aan het Máxima MC in Veldhoven, waar hij zich vooral richt op fondsenwerving en relatiebeheer ten behoeve van het ziekenhuis en het Máxima MC Fonds. ,,Ik was 55, stond op een kruispunt in m’n leven en dacht na over mijn toekomst. Ik was acht jaar bestuurder geweest van het Ronald McDonaldhuis in Veldhoven en leerde zo het ziekenhuis kennen. Ik heb altijd dingen mogen doen naast mijn werk. Ik ben bestuurslid geweest van de Bouw Educatie Groep, later onderdeel van het TechniekHuys, was betrokken bij de start van Stichting Leergeld Eindhoven en enkele jaren bestuurslid van de Brabantse Vastgoed Sociëteit, waardoor ik veel relaties in de bouw kreeg. Ik raakte via woningcorporatie Trudo betrokken bij de herontwikkeling van Strijp-S en richtte het Cultuurfonds mede op, wat voor meer levendigheid op Strijp-S moest gaan zorgen.
Een ander mooi project was de ontwikkeling van de Lichttoren. Trudo kocht die aan. Ik was als marketeer gevraagd mee te denken over de eerste fase van de herontwikkeling van dit iconische gebouw en zo ontstond het idee om er de eerste twee, drie jaar een café in te vestigen. Ik mocht het regelen, leerde horeca- en eventondernemer Lei Willems kennen en zo werd Effes geboren, en dat was geweldig! Het zegt veel over deze regio. Ik heb volop de kans gekregen om te wortelen en me te ontwikkelen, misschien heb ik ‘m ook wel genomen, en vraag me wel eens af of dit in andere regio’s op deze manier ook mogelijk zou zijn geweest.” Naast zijn werk voor het ziekenhuis is Dries betrokken bij een drietal ondernemingen, is hij voorzitter van De Eik, Centrum voor leven met en na kanker en tevens bestuurslid van Philharmonie Brainport.
Volksaard
En is de Hengeloër in vijfendertig jaar tijd Eindhovenaar geworden? Ja, is het volmondige antwoord. Hij zou niet meer terug willen, antwoordt hij stellig, ja, om familie te bezoeken. ,,Ik ben als immigrant hier gekomen, maar zo heb ik me nooit gevoeld. Ik kwam in een warm bad terecht. Mijn vrouw vond werk in de buurt en verhuisde hier naartoe. Onze drie kinderen zijn hier geboren en twee wonen er in Eindhoven en Nuenen. Ik voel me Eindhovenaar in de Brainportregio, hoewel we al lang in Nuenen wonen. Maar Nuenen zou, net als Waalre en Son, eigenlijk bij Eindhoven moeten horen. Daar ben ik heel uitgesproken over. Die samenvoeging had allang plaats moeten vinden. Ik hoop dat dit alsnog ooit gebeurt.”
Dries roemt de verworvenheden van de Brainportregio en de rol die mensen daarin spelen. Hij kent de nodige sleutelfiguren, ze behoren tot zijn netwerk, zelden belt iemand voor niets; Dries denkt graag mee, heeft een mening, nooit een gebrek aan ideeën en daardoor altijd een toepasbaar advies paraat. Waar hij zich, zeker in het verleden nogal eens over verbaasde, is de bescheidenheid van de Brabander. ,,Oud-Commissaris Wim van de Donk vertelde mij eens dat een Brabander juicht met zijn handen op de rug. Bescheidenheid siert de mens en zit in de volksaard van de Brabander maar je kunt het ook overdrijven.
De verhuizing van het hoofdkantoor van Philips naar Amsterdam was het beste dat deze regio kon overkomen. Het was het symbolische omkeerpunt van de ontwikkeling van Eindhoven. We kwamen uit de crisis van Philips en DAF, veel slechter kon het niet worden. Ik vind het heel knap hoe de regio zich hieruit heeft geknokt, met Brainport als resultaat. Ik ben trots op waar de regio nu staat. De uitdaging wordt om de enorme ontwikkelingen gestalte te geven, en toch het Brabantse dna vast te houden. Deze jongen vertrekt hier nooit meer. Ik vind de mensen leuk, oprecht en gastvrij. Men kent elkaar en is gemakkelijk benaderbaar. Het zijn de mensen die het tenslotte samen moeten doen en maken. En daar heb ik hopelijk een klein beetje aan mogen bijdragen. Eindhovenaren waren in mijn beleving nooit apetrots op hun stad maar ik merk dat onder invloed van het succes van Brainport dit toch in positieve zin verandert.”



