Tom van Aaken (22) uit Vessem is als coureur van het Delft Solar Team tweede geworden in de American Solar Challenge, de Amerikaanse race voor zonneauto’s. Na acht racedagen en ruim vierduizend kilometer tussen Minneapolis en Amarillo eindigde het Delftse studententeam achter het Belgische Innoptus Solar Team van de KU Leuven. Opvallend: de Delftenaren legden onderweg iets méér kilometers af dan de Belgen. Ze verloren de titel aan de strafkilometers.
De race startte op 25 juli vanuit de Twin Cities en eindigde op zondag 2 augustus in het Texaanse Amarillo. Delft reed er met de Nuna 13S, een aangepaste versie van de auto waarmee het team in augustus 2025 de Bridgestone World Solar Challenge in Australië won. Voor het Amerikaanse reglement moest de koolstofvezel veiligheidskooi worden vervangen door een metalen exemplaar. Het team telt veertien leden, die er allemaal een tussenjaar voor onderbraken. Van Aaken, afkomstig uit het Eerselse dorp Vessem, was een van de coureurs.
Strafkilometers gaven de doorslag
In de officiële eindstand kwam KU Leuven uit op 2.671,2 mijl (ruim 4.290 kilometer) en TU Delft op 2.535,5 mijl (ruim 4.080 kilometer). Dat verschil van zo’n 220 kilometer zegt weinig over het tempo. Delft kreeg over de hele race 160 mijl in mindering, Leuven slechts 23. Tel die aftrek terug op en het beeld kantelt: Delft reed 2.695,5 mijl, Leuven 2.694,2. Op de slotetappe naar Amarillo werd bij Delft in één klap 112 mijl (ruim 180 kilometer) afgetrokken.
De organisatie deelt straffen uit voor onder meer verkeersovertredingen, technische gebreken en onsportief gedrag, en verrekent die rechtstreeks in het aantal getelde kilometers. Eén gemist stopbord telt dus direct mee in het klassement. “Nooit eerder kregen we tijdens een race met zulke strenge penalty’s te maken”, zegt Folkert Straus, oud-hoofdontwerper van Nuna 12. “In Australië reden we kilometerslang door de lege outback. Hier reden we voortdurend door woonwijken, met stoplichten, stopborden en lage snelheidslimieten.”
Zonnerace zonder zon
De weersomstandigheden maakten de race extra zwaar. De zon liet zich nauwelijks zien, waardoor grote delen van de route op de batterij moesten worden gereden. Tegelijk liep de temperatuur op tot boven de veertig graden en steeg de luchtvochtigheid tot 94 procent. Het team was vergeten een gat in de bodem van de cockpit te boren, waardoor het zweet niet kon weglopen. Na afloop van de eerste racedag werd de auto met doekjes drooggemaakt.
“Op sommige momenten werd het zo warm dat ik onwel werd”, zegt Van Aaken. “Daardoor moesten we veel tactischer omgaan met onze rijders. We pasten onze strategie voortdurend aan, zodat we zo lang mogelijk door konden rijden, zonder in te leveren op veiligheid of prestaties.”
Kweekvijver voor de regio
Voor Brainport is het zonneracen vooral interessant als talentmachine. De studententeams werken een jaar lang aan aandrijving, aerodynamica, energiebeheer en teamlogistiek, precies de disciplines waarin de regionale hightech-industrie mensen tekortkomt. Solar Team Eindhoven van de TU/e stond dit jaar niet aan de start in de Verenigde Staten; dat team presenteerde op 21 juli Stella Juva, een ambulance op zonne-energie.
Het Delft Solar Team bouwt sinds 2001 zonneauto’s en heeft twaalf wereldtitels op zak: acht in de World Solar Challenge in Australië en vier in de Sasol Solar Challenge in Zuid-Afrika. Dit was de eerste Amerikaanse deelname, en meteen ook de eerste van een Nederlands zonneteam.

