De chipindustrie in de Brainportregio heeft de komende jaren meer vakmensen nodig die onderdelen en instrumenten met uiterste precisie kunnen maken, meten en in elkaar zetten. Daarom haalt het Eindhovense mbo Summa de kennis binnen van de Leidse instrumentmakers School (LiS), een vakschool die al sinds 1901 precisietechnici opleidt. Vanaf september 2027 kunnen studenten ook in Eindhoven de opleiding Research Instrumentmaker volgen. Het geld voor de samenwerking komt uit Beethoven, het landelijke programma waarmee het kabinet de microchipsector wil versterken.
Een research instrumentmaker ontwerpt en bouwt instrumenten van metaal, kunststof of glas die nergens kant-en-klaar te koop zijn, vaak als prototype of als eerste exemplaar. Het vak omvat schetsen en construeren, CNC-programma’s schrijven en testen (CNC staat voor computergestuurd frezen en draaien), onderdelen maken, assembleren en het eindresultaat beproeven. Bij Summa wordt het een mbo-opleiding van drie tot vier jaar, bedoeld voor leerlingen uit het vmbo en de havo. Volgens vakplatform Innovation Origins krijgt de opleiding een plek op de Brainport Industries Campus in Eindhoven, midden tussen de toeleveranciers van de hightechindustrie.
Waar de chipmachine begint
Wie aan de chipindustrie denkt, denkt al snel aan ASML. Maar de machines van dat bedrijf bestaan uit duizenden onderdelen die toeleveranciers in de regio maken, en daar zit een groot deel van de vraag naar vakmensen. Volgens Summa en LiS zoeken die bedrijven mensen die materialen begrijpen, toleranties beheersen (de kleine afwijking die een maat mag hebben) en praktische oplossingen kunnen bedenken. Tegelijkertijd kennen veel jongeren het vak niet eens. Die combinatie van grote vraag en weinig bekendheid moet de nieuwe opleiding doorbreken.
Leidse methode, Eindhovense basis
De taakverdeling is helder. LiS levert haar lesmethode en de kennis die ze in ruim een eeuw opleiden in het vak heeft opgebouwd. Summa zorgt voor de studenten, de onderwijsbasis in de regio en de contacten met bedrijven en instellingen in Brainport. Samen willen de scholen ook leerroutes opzetten voor zij-instromers, mensen die vanuit een ander vak de overstap naar de precisietechniek willen maken. Patricia van der Linden van Summa koppelt het succes aan één ding: de missie is pas geslaagd als er meer studenten instromen en de industrie de vakmensen krijgt die ze nodig heeft.
Onderdeel van een landelijke aanpak
De samenwerking valt onder het Versterkingsplan Microchip Talent, het onderwijsdeel van Beethoven. Het kabinet zette dat programma in 2024 op om de Nederlandse chipsector in het land te houden en te laten groeien. Voor het talentplan is 450 miljoen euro beschikbaar. Het doel is om tot 2030 zo’n 33.000 extra technici op te leiden in het mbo, het hbo en aan de universiteiten. De Brainportregio krijgt daarvan het grootste deel.
Hoeveel studenten Summa in 2027 verwacht en welke bedrijven meedoen aan stages of praktijkopdrachten, staat niet in de aankondiging. Daar zal blijken of het Leidse vakmanschap in Eindhoven echt voet aan de grond krijgt.

