‘Few investors would bet their money on this venture today’, zei Gjalt Smit, de eerste CEO van ASML, onlangs tijdens het symposium Lessons Learned from ASML. ‘The story of ASML is not a recipe that easily can be copied… but there’s much to learn’.
Eén beeld bleef hangen. Smit sloot – met zichtbaar plezier – af met een anekdote uit 1985. Een servicemonteur sloop middenin de nacht, met ‘gesmokkelde’ onderdelen, een chipfabriek binnen om een haperende machine klaar te krijgen voor een klanttest. Niet volgens het boekje maar precies wat nodig was. Die actie bleek beslissend: die nacht haalde ASML zijn eerste grote klant binnen. De rest is geschiedenis – nog altijd in de maak.
Soms zijn er momenten die een organisatie vormen. Geen procedures, KPI’s of budgetregels, maar vakmanschap, verantwoordelijkheid en vertrouwen. Dáár zat de kern van ASML’s succes. Niet in de machine, maar in de mens. De zachte kant, die in werkelijkheid de harde kern is. Of zoals Smit zei: ‘Life is more than physics’.
Maar dat soort momenten verdwijnen vaak snel uit het zicht. Ze staan niet in jaarverslagen en worden hooguit nog eens aangehaald op een afdelingsborrel maar ze vormen het DNA van onze regio. Ze zijn ons immateriële erfgoed. Materieel erfgoed zie je: gebouwen, machines, patenten – monumenten van onze maakgeschiedenis. Maar wat je níét ziet, is minstens zo belangrijk: hoe we samenwerken, leren, en soms, tegen de regels in, tóch iets voor elkaar krijgen. Waar het materiële erfgoed de vorm bewaart, bewaart het immateriële de ziel. Innovatie woont niet in gebouwen. Ze leeft in mensen.
En nu? Nu groeien we in Brainport. In mensen, vierkante meters, programma’s, stichtingen, dashboards. Alles lijkt meetbaar, planbaar, stuurbaar. De reflex is begrijpelijk: organiseren, controleren, optimaliseren. Maar juist daarin schuilt het risico. Hoe meer we op systemen vertrouwen, hoe sneller we vergeten wat ons onderscheidde: initiatief, improvisatie, intuïtie. Dan bouwen we geen ecosysteem dat vooruitkijkt, maar een echosysteem dat het verleden herhaalt – veilig, bekend, stilstaand.
Wie echt wil vernieuwen, moet fouten durven maken. ‘First time right’ werkt niet als je iets doet wat nog nooit gedaan is. Innovatie vraagt geen perfectie maar progressie. Geen regels volgen maar verantwoordelijkheid nemen. Niet alles hoeft in structuren te passen; soms moet je ruimte laten voor wat niet planbaar is.
Dat is ons immateriële erfgoed: niet alleen wat we maken, maar hoe we het samen mogelijk maken. Die manier van werken – met lef, vakmanschap en vertrouwen – is geen vanzelfsprekendheid. Ze verdient erkenning, waardering en overdracht. Immaterieel erfgoed is geen nostalgie, het is de basis van hoe we hier werken. Iets om te koesteren, maar vooral om levend te houden, toe te passen én te vernieuwen.
Dank aan Gjalt Smit voor de herinnering, en de aansporing. Laten we dus blijven leren. Elke dag, samen. En nooit vergeten waar onze kracht ligt.

