Ik krijg regelmatig de vraag ‘Hoe doe jij dat allemaal?’ Werken, hardlopen, trainen bij het boulderen, voetbaltraining geven, een stichting runnen. En eerlijk? Ik word er een beetje moe van. Niet van het doen, maar van die vraag.
Want wat moet ik antwoorden? Met een glimlach uitleggen dat ik een soort hyperactieve octopus ben? Of bescheiden zeggen dat het allemaal wel meevalt? Laten we eerlijk zijn: de vraag is zelden oprecht nieuwsgierig. Het is een vorm van sociale zelfrechtvaardiging. Een excuus in een nette verpakking. ‘Ik zou dat ook wel willen, maar ja, tijd hè…’
Bullshit!
De waarheid is: jij kunt het óók.
Je doet het alleen niet.
En dat is prima maar noem het dan gewoon zoals het is.
Niet ‘geen tijd’ maar ‘geen prioriteit’.
Ja, ik kan dat allemaal doen omdat mijn vrouw thuis een onzichtbaar logistiek wonder is.
Ze regelt, plant, pakt aan en daardoor kan ik pats boem schakelen.
Maar het grootste geheim zit niet in planning, het zit in energie.
Want als je iets doet dat zin geeft, krijg je daar energie van.
Het is een kettingreactie van doen, geven en bruisen.
En precies dáár gaat het mis bij veel mensen: ze wachten tot ze energie hebben om iets te doen terwijl de energie juist komt door iets te doen.
Wanneer je jezelf omringt met vijf mensen die alles zwaar vinden dan word jij vanzelf de zesde die zucht en puft. Maar sta je tussen mensen die wel dat stapje extra zetten en je voelt het vanzelf bruisen dan word jij de zesde die doorknalt.
Ik heb ze gelukkig om me heen: Albert, Ineke, Najat, Thijs, Judith, Mary, Samir, Mike, Telli, Frank, Erik. Mensen die doen. Mensen die knetteren. Ze houden me scherp en laten me zien dat ik nog lang niet genoeg doe. Dus als iemand me weer vraagt hoe ik het allemaal doe dan weet ik wat ik ga zeggen.
Hoe doe jij het niet?
Jochem Goedhals
sociaal gedreven aanjager

