In het nieuwe jaar wil ik iets anders doen. Niet langer het café als decor maar als plek van ontmoeting. Of beter gezegd: als plek van zien en luisteren.
Wie goed kijkt, ziet dat een café meer is dan een plek waar gedronken wordt. Het is een huiskamer voor wie thuis even geen antwoorden heeft. Aan de bar zitten geen klanten maar gasten. Mensen die ieder op hun eigen manier proberen te begrijpen wat er van hen verwacht wordt. Of wat zij nog van zichzelf mogen verwachten.
Dit jaar wil ik vijf van die mensen voorzichtig uitpakken. Niet om ze te verklaren maar om ze beter te zien. Vijf types die ik al jaren zie binnenkomen. Soms luidruchtig, soms zwijgend. Altijd menselijk.
Ik begin met De Verdwaalde
Hij zoekt richting zonder bestemming. Twijfelt niet aan het leven, maar aan zijn
plaats erin. Hij komt meestal alleen. Niet per se omdat hij niemand heeft maar omdat hij even niemand wil uitleggen waar hij staat. Of beter: waar hij niet staat. Hij neemt plaats aan de bar, kijkt rond alsof hij iets zoekt dat hij zelf nog geen naam kan geven en bestelt wat past bij het moment. Dat wisselt. Net als zijn plannen. De Verdwaalde is niet dom, niet lui, niet incapabel. Integendeel. Hij heeft ideeën genoeg. Te veel misschien. Vandaag wil hij dit, morgen iets anders. Opleiding afgebroken, nieuwe richting gekozen, toch weer getwijfeld. Hij praat in mogelijkheden, niet in besluiten.
Je moet doen waar je gelukkig van wordt, zegt hij dan. Maar als ik vraag wat dat is, blijft het even stil. Dat zwijgen ken ik. Het is het geluid van iemand die ontdekt dat de vraag naar richting pas zin krijgt wanneer je even durft stil te staan. Niet bij wat hij moet worden maar bij wat er al is. Soms is het juist dat toevallige moment, niets gepland en nergens op uit, waarin iets zich aandient dat meer zegt dan alle plannen samen.
De Verdwaalde zoekt geen bier. Hij zoekt toestemming. Niet om te falen, maar om nog niet af te zijn. Om te mogen kijken zonder meteen te hoeven kiezen. Ik tap, zet het glas neer en zeg niets wat lijkt op een antwoord. Wat ik wel doe, is blijven staan. Niet wegkijken, niet invullen. Gewoon aanwezig zijn. Soms is dat genoeg.
Na een tijdje zegt hij dat hij misschien eerst eens moet snappen waarom hij steeds
ergens anders heen wil. En dan denk ik dat dit geen omweg is. Dat is hoe betekenis zich soms aandient. Niet als besluit, maar als toeval. Want verdwalen is niet hetzelfde als verloren zijn.
We drinken zwijgend ons bier. Mooi getapt, mooie schuimkraag, zegt hij. Hij staat op, betaalt, knikt en gaat weer verder.
Ik spoel een glas om en zie de volgende gast al binnenkomen. Die zoekt geen richting.
Die zoekt vergeving.
Proost.

