Eindhoven groeit. Dat is geen verrassing, maar een herhaling. We groeiden door Philips, door mensen van buiten, door nieuwe industrie en nieuwe ideeën. Steeds opnieuw. Die groei zet nu door. Brainport staat internationaal sterk. ASML is daarin geen toeval maar het resultaat van decennialange investeringen in kennis, samenwerking en doorzettingsvermogen. Daar mogen we trots op zijn.
Maar groei is geen machine die je aanzet en daarna vanzelf goed blijft draaien. Het idee dat groei automatisch iedereen voordeel oplevert, is niet vanzelfsprekend. Dat is geen oordeel maar een observatie. En toch zijn we daar in Eindhoven niet altijd expliciet over. We zijn een stad van doen en vooruitkijken. Dat heeft ons veel gebracht maar maakt het tegelijkertijd soms lastig om even stil te staan bij wat groei betekent voor verschillende groepen in de stad.
Dat zie je terug in kleine momenten. Mijn schoonvader is 93. Melkboer geweest, begonnen met paard en wagen, woont in Geldrop. Hij zag de stad veranderen. Laatst zei hij, bijna achteloos: „Ze praten ineens allemaal Engels.”
Geen klacht. Gewoon een constatering. Geen afwijzing van groei maar afstand.
Mensen willen zich verbonden voelen met elkaar en met hun omgeving. Dat lukt alleen als je begrijpt wat er gebeurt en het gevoel hebt dat je mee mag doen. Philips was ooit dichtbij. De producten stonden in huis, mensen werkten om de hoek. En meneer Frits zat gewoon op de tribune bij PSV, de Philips Sport Vereniging.
Philips liet zien dat economische en sociale groei samen kunnen gaan. Werk, wonen, sport, cultuur en verenigingen hoorden bij elkaar. Niet perfect, wel verbonden.
Vandaag is technologie complexer, abstracter en internationaler. Dat is logisch. Maar juist daardoor groeit ook de afstand. Tussen wie profiteert en wie vooral de gevolgen voelt. Tussen internationale dynamiek en het dagelijks leven in wijken, scholen en verenigingen. Dat vraagt om extra aandacht voor samenhang en betrokkenheid.
Steeds vaker nemen bedrijven verantwoordelijkheid voor meer dan economische groei alleen. Dat is belangrijk. Tegelijk kan die sociale agenda niet alleen bij bedrijven of bij de overheid liggen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de stad als geheel. Bij ons allemaal.
In de groei heeft ieder van ons een aandeel. Niet als beleggers, wel als gemeenschap. Wij leveren ruimte in en voelen de druk op wonen, infrastructuur, onderwijs en voorzieningen. Dan is het redelijk dat de voordelen van die economische groei ook voelbaar terugkomen in brede welvaart. Niet als gunst, maar als voorwaarde voor blijvend draagvlak. Niet vanzelf, maar door bewuste keuzes.
De vraag is niet of we blijven groeien. Dat doen we. De vraag is hoe we die groei zo vormgeven dat we ons erin blijven herkennen. Geen wereldklasse zonder wijkgevoel. Dat is geen politiek standpunt maar een gezamenlijke opgave.
Dit is het moment om die opgave expliciet te maken. Voor de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college, maar ook voor ons als stad. Wat verwachten we van elkaar in Eindhoven, en wat zijn we bereid te ontwerpen met dezelfde lef en vooruitstrevendheid als waar we wereldwijd om bekendstaan?

