Tekst: Marjolijn Sengers
Er is ophef over de werkwijze van dirigent Jaap van Zweden. Hij zou zich gedurende zijn dertigjarige carrière schuldig hebben gemaakt aan machtsmisbruik. Hij zou orkestmusici hebben beledigd en gekleineerd, zo zelfs dat ze niet meer met hem wilden spelen, kalmerende medicijnen moesten slikken tijdens een repetitieperiode en/of na afloop daarvan nog maanden een psycholoog moesten raadplegen. Het tv-programma Pointer had enkele tientallen gedupeerden gesproken van wie het grootste deel hun verhaal alleen anoniem wilde doen. ‘Geen woord van gelogen’, zeggen mijn zus en haar dochter, die als zangeressen in het Groot Omroepkoor vaak onder Van Zweden hebben gezongen. Overigens: ‘Tegen het koor was hij altijd vriendelijk’.
Maestro
Van Zweden is een muzikaal natuurtalent. Op zijn negentiende werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, de jongste ooit. De kunst van het dirigeren heeft hij twintig jaar lang letterlijk kunnen afkijken van de grootste maestro’s ter wereld, ook niet allemaal lieverdjes. Die beschuldigingen zijn niet niks en beledigend gedrag, zeker en plein public, is nooit en in geen enkele situatie goed te praten. Toch wil ik het enigszins voor Jaap van Zweden opnemen, want een grote geest – en in muzikaal opzicht is hij dat – heeft bij mij meer krediet dan de gemiddelde goed en hardwerkende vakman. Die grote geest moet met zichzelf zien te leven in een wereld waarin hij of zij in staat is te doorgronden waaraan een ander alleen maar kan snuffelen. Maar nog lastiger aan dit verhaal vind ik dat niemand Van Zweden tegen zichzélf in bescherming heeft genomen. Waarom heeft niemand hem twintig, dertig jaar geleden al niet de maat genomen en hem gecorrigeerd zoals een mens – en ook een genie – verdient gecorrigeerd te worden? Waarom heeft niemand dit Amsterdamse straatvechtertje in duidelijke straattaal lik op stuk gegeven en hem verteld dat hij met zijn gedrag geen vrienden maakt?
Niet kwaad bedoeld
We zijn in Nederland dol op slachtoffers en gedupeerden. En nee, niet iedereen is even mondig, maar al die onmondigen samen – inclusief alle orkestdirecteuren die niets durven te zeggen omdat Van Zweden veel geld in het laatje brengt – zorgen er wel voor dat zo’n cultuur in stand blijft. En Van Zweden zelf? Die heeft weinig actieve herinneringen aan wat hem wordt verweten en heeft het allemaal niet kwaad bedoeld. Hij heeft liever dat er mét hem dan óver hem wordt gesproken. En dat laatste lijkt me vanaf nu een heel goed idee!

