De honderdste FRITS. Dat is iets om bij stil te staan. Net als bij de 25 inclusieve ondernemers die in deze bijzondere editie in het zonnetje worden gezet. Ondernemers die ieder op hun eigen manier laten zien dat inclusie ertoe doet.
Inclusie ziet er niet voor iedereen hetzelfde uit. De één richt zich op mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, de ander op culturele diversiteit, gender, leeftijd of mensen met een beperking. Iedereen geeft er op zijn eigen manier invulling aan. Dat is mooi. Maar ik merk ook dat veel ondernemers worstelen met de vraag: Waar begin ik? Moeten we beleid maken? Doelstellingen formuleren? Anders werven? Een werkgroep oprichten?
„Als je altijd doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg.”
Een bekende uitspraak die wat mij betreft precies raakt waar inclusie over zou moeten gaan. Want als we andere uitkomsten willen, zullen we ook bereid moeten zijn om dingen anders te organiseren. Als we dezelfde mensen blijven zoeken via dezelfde kanalen, dezelfde functie-eisen blijven stellen en op dezelfde manier blijven selecteren, moeten we niet verbaasd zijn als uiteindelijk ook steeds dezelfde mensen binnenkomen.
Inclusie vraagt daarom om de bereidheid kritisch te kijken naar wat we normaal zijn gaan vinden.
Ik spreek regelmatig internationals in onze regio. Vaak hoogopgeleide mensen, soms met meerdere masters op zak. Ze willen werken, bijdragen en van betekenis zijn. En toch lukt het niet om een baan op hun niveau te vinden. Ze werken bijvoorbeeld in een winkel, terwijl ze jarenlang hebben gestudeerd.
Begrijp me niet verkeerd: er is helemaal niets mis met werken in een winkel. Ik ben blij dat mensen daar een plek vinden, want iedereen wil van betekenis kunnen zijn.
Maar het doet mij pijn als ik zie hoeveel talent we ondertussen laten liggen. En eerlijk gezegd vind ik het soms ook een beetje schaamteloos. We spreken voortdurend over personeelstekorten en de noodzaak om internationaal talent aan te trekken, terwijl er tegelijkertijd zoveel talent al voor onze neus staat en niet de kans krijgt om te laten zien wat het kan.
Juist hier, in Brainport. Een regio die internationaal talent aantrekt én hard nodig heeft.
Dus waar zijn we eigenlijk bang voor? Waarom zijn diploma’s, taal, procedures en onze eigen beelden van wie ergens ‘past’ soms belangrijker dan het talent dat voor ons staat? Inclusie is wat mij betreft daarom niet alleen mensen uitnodigen om mee te doen. Het is ook durven kijken naar de systemen waarbinnen zij mee moeten doen.
De 25 ondernemers in deze FRITS laten zien dat het anders kan. Ieder op zijn eigen manier.
Aan hen: Gefeliciteerd.
En aan ons allemaal één vraag: Als we écht inclusiever willen worden, wat zijn wij dan bereid om morgen anders te doen?
Najat Toub
Verbinder met lef,
gedreven door kansengelijkheid

