Een beperking kan ook een verrijking zijn. De beste IT-programmeurs hebben, op z’n minst, een lichte vorm van autisme. De beste luisteraars, bijvoorbeeld bij de telefoontap werkend voor de politie, zijn blind of slechtziend. Eén beperking kan dus een verrijking zijn. Vanuit eigen ervaring ben ik hiervan overtuigd geraakt. Noodgedwongen wordt iemand met een beperking uitgedaagd om andere zintuigen dan wel andere competenties dusdanig te ontwikkelen dat de mogelijkheden onbeperkt worden. Maar inclusiviteit gaat wat mij betreft niet alleen over kansen bieden. Het is inmiddels ook bittere noodzaak. Dit vraagt veel van een individu en zijn of haar omgeving, maar dit vraagt ook iets van werkgevers en van de overheid. Als we allemaal bereid zijn om die stap extra te zetten, kan Brainport niet alleen de slimste, maar ook de meest inclusieve regio van de wereld worden.
Met de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt hebben we overigens geen andere keuze dan te gaan voor inclusiviteit. Nederland is enorm aan het vergrijzen en aan het ontgroenen tegelijkertijd. Dat betekent dat we minder kinderen krijgen en het aantal gepensioneerden ieder jaar toeneemt. Bovendien wil de huidige beroepsbevolking minder uren werken. Ons land is wereldkampioen deeltijdwerken. Mijns inziens een onhoudbare situatie, maar dat is een discussie voor een andere keer. Positief element hieraan is dat we iedereen keihard nodig hebben. Blind, doof, verstandelijk beperkt of mindervalide. Iedereen heeft, met de juiste begeleiding en hulpmiddelen, de talenten om onbeperkt aan de slag te gaan. Dit vereist wel van werkgevers dat zij niet het ‘schaap met de vijf poten’ verwachten.
Geduld en een passende omgeving in zowel fysieke als menselijke zin zijn hiervoor de succesfactoren. Bovendien zijn mensen met een beperking doorzetters. Dagelijks dealen zij met hun uitdaging. Als je deze doelgroep een contract biedt, zijn zij vaak de meest loyale krachten met een laag ziekteverzuim. In het geval van een hoger ziekteverzuim door de beperking komt de overheid om de hoek kijken met de zogeheten no-riskpolis. Dat neemt het ondernemersrisico bij ziekte weg bij de werkgever en legt het bij de overheid. Dat is nog lang niet genoeg. In Den Haag zet ik me in om veel meer drempels weg te nemen, zodat het aantrekkelijker wordt om iemand met een beperking een baan te bieden. Denk hierbij aan middelen om de werkplek aan te passen, loonkostensubsidie en minder bureaucratische regels met betrekking tot deze doelgroep. Tot slot verwacht ik ook iets van mensen met een beperking zelf; zij kunnen namelijk door kansen te pakken en deze te etaleren dé ambassadeurs zijn voor een inclusieve arbeidsmarkt. Laten we in onze Brainportregio voorop lopen! Want als het ergens kan, dan is het wel in een regio met hoogwaardige technologische hulpmiddelen en de Brabantse mentaliteit van het samenwerken. Juist hier kunnen we laten zien dat een beperking niet het einde van mogelijkheden hoeft te zijn, maar het begin van onbeperkte mogelijkheden.

