Op een donderdagochtend kwam een zangstudent naar me toe. Na het repeteren had ze altijd zoveel last van haar stem. Ik bood aan eens mee te luisteren met de bandrepetitie. Met mijn oordoppen in de aanslag liep ik het muf ruikende repetitielokaal binnen. De gitaren stonden loeihard, de drummer knalde daar nog bovenuit en de bassist liet het brommende laag door mijn buik dreunen. De zangeres stond er wat verloren bij, haar microfoon stevig tegen zich aangeklemd.
De gitaarsolo was voorbij, het refrein kwam en ze begon te zingen. In de verte hoorde ik een dunne stem die over de muziek probeerde uit te komen. Het leken wel twee werelden: de band aan de ene kant en de zangeres aan
de andere.
Wat zou het fijn zijn als de zangeres én de band hadden beseft dat het zoveel leuker is om samen één geheel te vormen. En dat het voor de zangeres wellicht iets goeds zou opleveren als ze aan de knoppen van het mengpaneel zou durven draaien om haar eigen geluid in te regelen, zodat de rest van de band het ook kon horen.
Soms moet je iets uitproberen om te kijken of het iets positiefs oplevert. Maar is er nog wel genoeg ruimte in onze cultuursector om een risico te nemen? Want een risico betekent dat je niet helemaal zeker weet wat de uitkomst is. Maar als een flop meteen betekent dat je subsidie of draagvlak verliest, wordt de veiligste keuze al snel de aantrekkelijkste keuze.
Ik geef het ze te doen; al die cultuur-bestuurders in Eindhoven. Er wordt hard geroepen in het politieke debat over dat het beter, anders, groter, inclusiever en vernieuwender moet. Maar durft er daadwerkelijk iemand flink aan die knop te draaien, terwijl je in de herrie staat?
Nova Borgers
Creatief ondernemer &
verbinder door zang

