Gemeente Eindhoven en een reeks grote organisaties in de Genneper Parken gaan samenwerken aan een collectief, duurzaam energiesysteem voor het gebied. Denk aan het zwemstadion De Tongelreep, Van der Valk, Brabant Water en zorgcomplex Kortonjo. Van april tot oktober 2026 wordt onderzocht of zo’n systeem technisch en financieel haalbaar is. Als het lukt, kunnen de gebouwen in het gebied volledig van het aardgas af.
De Genneper Parken, het uitgestrekte natuur- en recreatiegebied in het zuiden van Eindhoven, herbergt een ongebruikelijk mix van grote energieverbruikers op korte afstand van elkaar: gemeentelijke sportaccommodaties waaronder ijssportcentrum Thialf-tegenhanger Eindhoven en zwemstadion De Tongelreep, Van der Valk Hotel, Brabant Water en serviceappartementencomplex Kortonjo, een samenwerking tussen zorgorganisatie Vitalis en woningcorporatie Wooninc. Juist die diversiteit maakt het gebied interessant voor een gezamenlijk energiesysteem: de piekmomenten van de ene gebruiker kunnen worden opgevangen met de overcapaciteit van de andere.
Capaciteit delen om congestie te omzeilen
Een centraal probleem in de Eindhovense energiehuishouding is netcongestie: het elektriciteitsnet in delen van de stad zit vol, waardoor nieuwe aansluitingen of uitbreidingen geblokkeerd worden. In de Genneper Parken zou dat probleem voor 85% opgelost kunnen worden door elektriciteit onderling te delen en tijdelijk op te slaan in accu’s. Partijen hoeven dan minder tegelijk van het net te trekken, en overcapaciteit van de ene locatie gaat niet verloren maar wordt opgeslagen of direct doorgeleverd aan de buurman.
Warmte uit de Dommel, opgeslagen in de bodem
Naast elektriciteit richt het plan zich op warmte. Voor de warmtevoorziening wordt gekeken naar een combinatie van technieken. Ten eerste TEO, Thermische Energie uit Oppervlaktewater: daarbij wordt warmte onttrokken aan oppervlaktewater in het gebied, zoals de Dommel of de Tongelreep, via een warmtewisselaar. Die warmte wordt vervolgens opgeslagen in een WKO-systeem (Warmte-Koude Opslag), een soort thermische accu in de bodem. In de zomer wordt warmte ingeladen, in de winter opgehaald. Aanvullend wordt gekeken naar restwarmte van partijen in het gebied en zogenaamde sportveldthermie, waarbij warmte uit de ondergrond van grasvelden wordt gewonnen. Samen moeten deze bronnen de gebouwen in staat stellen van het aardgas af te gaan.
Haalbaarheid in beeld
Afgelopen jaar is al een eerste verkenning gedaan naar welk energiesysteem het beste past bij de Genneper Parken, onder meer door energieadviesbureau Endor Energy. Die studie resulteerde in een gedragen ambitiedocument. Nu volgt de volgende stap: van april tot en met oktober 2026 wordt de technische en financiële haalbaarheid verder uitgewerkt. Dat moet uitmonden in een schetsontwerp van het systeem, een financieel overzicht van de realisatiekosten en een voorstel voor de organisatievorm.
De beoogde resultaten zijn ambitieus: een CO2-besparing van 4.000 ton per jaar ten opzichte van de huidige situatie, vergelijkbaar met de jaarlijkse opname van 160.000 bomen. Daarnaast zou het systeem 17.480 MWh energie moeten opwekken, wat overeenkomt met het verbruik van ongeveer 3.000 verduurzaamde woningen.
Onderdeel van bredere Eindhovense klimaatambitie
Het project past in de bredere klimaatstrategie van de gemeente. Eindhoven heeft zichzelf ten doel gesteld om in 2030 minimaal 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990, een doelstelling die ook in de gemeentelijke klimaatklok wordt bijgehouden. De Genneper Parken is daarin aangewezen als kansgebied voor een gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie, naast wijken als Genderdal en het Noordoostproject.
Of het tot daadwerkelijke realisatie komt, hangt af van de conclusies van de haalbaarheidstudie die dit jaar van start gaat. Alle betrokken partijen moeten daarna individueel besluiten of ze willen deelnemen aan de vervolgfase.

