Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven heeft eind december de ECZA-erkenning ontvangen voor de behandeling van zeldzame gynaecologische kankers. Deze officiële status van Expertisecentrum Zeldzame Aandoeningen, uitgegeven door de minister van Volksgezondheid, bevestigt het niveau van de regionale kankerzorg en plaatst het ziekenhuis in een select gezelschap van ongeveer 350 erkende expertisecentra in Nederland.
“Het is een mooie waardering voor wat we al jaren doen,” zegt Dorry Boll, gynaecologisch oncoloog in het Catharina Ziekenhuis. Het centrum behandelt vier hoofdgroepen gynaecologische tumoren: baarmoeder-, baarmoederhals-, eierstok- en vulvakanker. “Deze kun je verder onderverdelen, en elk van de dertien subgroepen waarvoor we nu erkenning hebben komt bij minder dan duizend vrouwen per jaar voor. Dan spreken we van zeldzame aandoeningen.”
Ter vergelijking: in Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 2.000 vrouwen de diagnose baarmoederkanker en zo’n 900 vrouwen baarmoederhalskanker. Bij de zeldzamere varianten gaat het om nog veel kleinere groepen patiënten, wat gespecialiseerde expertise des te belangrijker maakt.
Strenge Europese toetsingscriteria
De ECZA-erkenning wordt niet zomaar verstrekt. Een expertisecentrum moet aan strikte eisen voldoen die zijn afgeleid van Europese criteria. Zo moet er een multidisciplinair zorgteam zijn, een wetenschappelijke onderzoeksgroep actief zijn, en moet het centrum kunnen schakelen met Europese topspecialisten via internationale netwerken.
“Het mooie is dat we al jaren in netwerkverband werken met andere ziekenhuizen en Europese expertgroepen,” vertelt collega-gynaecologisch oncoloog Jurgen Piek. “Daardoor kunnen we snel advies inwinnen als er een complexe casus is.”
Patiënten krijgen door deze samenwerking toegang tot de nieuwste wetenschappelijke inzichten en behandelingsmethoden. “De erkenning bevestigt dat we niet alleen de technische expertise hebben, maar ook zorgen dat patiënten goed op de hoogte zijn van hun behandeltraject,” aldus Boll.
Regionale samenwerking sinds 2004
Het Catharina Ziekenhuis functioneert als centrumlocatie van het Gynaecologisch Oncologisch Centrum Zuid (GOCZ), een samenwerkingsverband dat sinds 2004 bestaat. Zes andere ziekenhuizen in de provincie maken deel uit van dit netwerk: het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg, het Elkerliek in Helmond, Máxima Medisch Centrum in Veldhoven/Eindhoven, het Anna Ziekenhuis in Geldrop, het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch en het Amphia Ziekenhuis in Breda.
De ziekenhuizen voeren wekelijks online overleggen waarin nieuwe patiënten met gynaecologische kanker worden besproken. “Daar beslissen we of de behandeling lokaal, gecentraliseerd in Eindhoven, of als combinatie plaatsvindt,” legt Boll uit. Deze werkwijze zorgt ervoor dat patiënten dichtbij huis behandeld kunnen worden wanneer mogelijk, terwijl complexere ingrepen in het Catharina Ziekenhuis worden uitgevoerd.
Groeiende vraag naar second opinions
Met de erkenning verwacht het ziekenhuis een verdere toename van aanvragen voor second opinions, een trend die nu al waarneembaar is. “Omdat we goed presteren, komt er steeds vaker een beroep op ons gedaan voor een tweede mening,” zegt Boll.
Het ziekenhuis blijft investeren in zijn positie als expertisecentrum, onder meer door samen te werken met de academische ziekenhuizen in Maastricht en Nijmegen aan de opleiding van nieuwe topspecialisten en gezamenlijk wetenschappelijk onderzoek. “Dit versterkt onze kennis en zorgt ervoor dat we blijven groeien,” aldus Piek.
De ECZA-erkenning is vijf jaar geldig, waarna centra opnieuw een aanvraag kunnen indienen.

